Home NAS & RAID (Synology/QNAP/TrueNAS): verwijderde data en een gedegradeerde array herstellen zonder riskante stappen (2026)

Workflow disk imaging

Een thuis-NAS voelt vaak als “instellen en vergeten”, tot het moment dat een schijf uitvalt, het volume als gedegradeerd verschijnt of iemand per ongeluk de verkeerde map op een share verwijdert. Wat een herstelbare situatie vaak in een ramp verandert, is een onomkeerbare actie op het verkeerde moment: opnieuw opbouwen op de verkeerde schijf, een pool herinitialiseren, een reparatie starten terwijl het systeem nog schrijft, of schijven verwisselen zonder de volgorde vast te leggen. Deze gids is een praktische, voorzichtige werkwijze die je in 2026 kunt volgen op Synology, QNAP en TrueNAS: stop verdere schade, leg de toestand vast, maak veilige kopieën en beslis pas daarna of je herbouwt, een snapshot terugzet of bestandsherstel uitvoert.

Directe triage: stop schrijfactiviteiten, leg de status vast en vermijd “automatische fixes”

Eerste regel: breng nieuwe schrijfactiviteiten op de NAS zo dicht mogelijk naar nul. Nieuwe writes kunnen verwijderde bestanden overschrijven (zeker bij thin provisioning) en kunnen een kwetsbare RAID extra onder druk zetten. Pauzeer geplande back-ups, synchronisatie-clients, media-indexering, downloadtools en VM-/containerdiensten. Als de NAS nog online en responsief is, maak hem zo “read-mostly” mogelijk: koppel iSCSI-targets los, ontkoppel shares op pc’s en schakel diensten uit die veel kleine writes veroorzaken (thumbnails, torrenting, zware logging). Bij een vermoeden van ransomware of malware: isoleer de NAS direct van het netwerk en begin nog niet met “opschonen” — bewijsmateriaal kan later belangrijk zijn.

Tweede regel: documenteer alles vóór je hardware aanraakt. Maak screenshots van de storage-status, de schijvenlijst, de RAID-/poolindeling en alle meldingen over “degraded”. Exporteer systeemlogs als dat kan, omdat die vaak tonen welke schijf als eerste time-outs kreeg en of er metadatafouten optraden. Bij QNAP kan gedrag per QTS/QuTS hero-release verschillen; noteer daarom de exacte versie en build om symptomen later correct te kunnen vergelijken met release notes en bekende issues.

Derde regel: start geen rebuild of “repair” alleen omdat er een knop voor is. Een rebuild schrijft parity en metadata door de hele array; als je probleem eigenlijk bestaat uit meerdere zwakke schijven, een verkeerde schijfvolgorde, stille corruptie of een onbedoelde verwijdering die je nog wilt terughalen, kan zo’n actie je opties juist verkleinen. Zie rebuild als een late stap — pas nadat je minstens één gecontroleerde kopie hebt van elke memberdisk (of een schone snapshot/replica van de dataset). Deze “eerst niet-destructief” aanpak is wat herstel thuis realistisch maakt in plaats van gokken.

Hoe je snel inschat of het om verwijdering, filesystemscha­de of falende hardware gaat

Gebruik de symptomen om het incident te classificeren. Een onbedoelde verwijdering ziet er meestal “netjes” uit: de NAS blijft stabiel, schijven lijken gezond, maar een map/share ontbreekt en vrije ruimte neemt toe. Een gedegradeerde RAID laat vaak één schijf als failed/removed zien of toont meerdere leesfouten in logs; prestaties kunnen inzakken en SMART-waarden kunnen stijgende reallocated of pending sectors laten zien. Filesystemproblemen uiten zich eerder als mount failures, read-only remounts, terugkerende “metadata”-errors of een pool die wel importeert maar waarvan datasets niet willen mounten.

Controleer SMART met de juiste bril: een schijf kan een korte test “halen” en toch onveilig zijn voor een rebuild. Let vooral op Reallocated Sector Count, Current Pending Sector, Offline Uncorrectable en UDMA CRC errors (kabel/backplane), plus logregels over time-outs of resets. Zie je nieuwe pending of offline-uncorrectable waarden, dan is klonen prioriteit: een rebuild is een langdurige, volledige leesbelasting — precies wat een marginale schijf vaak de das omdoet.

Begrijp wat “degraded” betekent binnen jouw stack. Synology en veel QNAP-modellen gebruiken onder de motorkap vaak Linux mdadm RAID, soms gecombineerd met LVM; het filesystem is dan vaak ext4 of Btrfs. TrueNAS gebruikt ZFS-pools; een pool kan gedegradeerd zijn met één uitgevallen vdev-member en toch data blijven leveren, maar een resilver is eveneens write-heavy en kan latente sectorproblemen op oudere disks blootleggen. Richt je daarom op stabiliteit: stel grote firmware-updates of ingrijpende storage-wijzigingen uit tot je data veilig is gesteld.

Een veiligheidsnet maken: snapshots, clones en read-only extractie

Als je NAS snapshots gebruikt en die al aan stonden, is dit vaak de veiligste route bij “verwijderde map”-scenario’s. Op Synology en QNAP hangen snapshotfuncties af van de storageconfiguratie; als er een snapshot bestaat van vóór de verwijdering, is terugzetten of klonen meestal veel minder riskant dan low-level herstel. Belangrijk detail: herstel bij voorkeur eerst naar een nieuwe locatie (aparte share of tijdelijke dataset) zodat je inhoud kunt controleren voordat je iets overschrijft.

Heb je geen snapshots (of is de pool instabiel), ga dan direct naar disk imaging. Het doel is simpel: maak sector-voor-sector images van elke memberdisk (of in elk geval eerst van de verdachte schijven) en doe alle herstelstappen op basis van die images. Imaging beschermt je tegen het scenario “nog één reboot en hij is echt dood” en het laat je meerdere reconstructies proberen zonder extra slijtage. Gebruik een imager die met slechte sectoren om kan gaan via gecontroleerde retries en die een duidelijke log oplevert van wat wel en niet leesbaar was.

Als je bestanden wilt terughalen zonder iets te veranderen, kies dan voor read-only assembly. Bij mdadm-arrays betekent dat: de RAID op een herstelwerkstation read-only assembleren (vaak vanaf disk images) en vervolgens de logical volume read-only mounten. Bij ZFS betekent het: de pool read-only importeren (of importeren vanaf kopieën) en data exporteren naar een aparte bestemming. Praktisch punt: de bestemming voor herstelde data moet andere opslag zijn — een tweede NAS, een externe schijf met voldoende capaciteit of cloud-back-up — nooit terugschrijven naar dezelfde gedegradeerde pool.

Veelgemaakte fouten die herstel ongemerkt verpesten

Een disk vervangen en de NAS automatisch laten rebuilden voordat je kopieën hebt, is de grootste valkuil. Een andere klassieke fout is schijfvolgorde door elkaar halen. Label trays fysiek, noteer serienummers en schrijf op uit welke bay elke schijf komt. “Dat onthoud ik wel” eindigt vaak in giswerk, en RAID-reconstructie houdt niet van giswerk.

Een subtiel risico zijn prompts als “initialiseren”, “nieuw volume maken” of “formatteren” wanneer de NAS iets niet kan mounten. Dat zijn provisioning-acties, geen herstelacties. Als de interface voorstelt om een pool opnieuw aan te maken, zie dat als een signaal om te stoppen en over te schakelen op offline herstel. Zelfs een “filesystem repair” kan metadata herschrijven en daarmee bestandsherstel na verwijdering moeilijker maken.

Nog een stille killer: normaal blijven werken “tot het weekend”. Achtergrondtaken (media-indexering, dedupe, scrubs, snapshot pruning) kunnen blocks herschrijven en metadata wegdrukken die je juist nodig hebt. Kun je niet direct herstellen, bevries dan het systeem: minimaliseer writes, zet niet-essentiële taken uit en plan een gecontroleerde shutdown nadat je logs hebt opgeslagen en je een cloning-aanpak hebt bepaald.

Workflow disk imaging

Tools die je thuis echt kunt gebruiken: van ingebouwde opties tot specialistische RAID-recoverysoftware

Begin met ingebouwde mogelijkheden, omdat die bij correct gebruik het minst riskant zijn. Bij verwijdering: controleer de prullenbak-/recyclebin-instellingen (als die actief zijn), snapshot-herstelpunten en replicatiedoelen. Bij gedegradeerde arrays: kijk of de NAS een disk als “removed” markeerde door een tijdelijke oorzaak (stroom, backplane, kabel) of door echte mediadefecten. Soms helpt het opnieuw plaatsen van een disk en een reboot — maar doe dat pas nadat je de huidige status hebt vastgelegd, omdat een reboot kan veranderen welke disks als “actief” worden gezien.

Als je dieper herstel nodig hebt, wordt specialistische software vaak ingezet door thuisgebruikers en kleine IT-teams. Dergelijke tools kunnen doorgaans: disk images maken, NAS/RAID-layouts herkennen, arrays virtueel assembleren vanaf images en bestanden exporteren naar een veilige bestemming. De kernfunctie is werken vanaf images, zodat je falende schijven niet opnieuw hoeft te stressen met herhaalde scans en reconstructiepogingen.

Er zijn situaties waarin je beter stopt met doe-het-zelf. Als meerdere schijven klikgeluiden maken, wegvallen of veel leesfouten geven, zit je in een zone waarin een thuis-rebuild het laatste bruikbare leesmoment kan opbranden. Als data echt waardevol is en je signalen ziet van meer dan één zwakke disk, kan het goedkoper zijn om te pauzeren en professionele recovery te overwegen dan om “even wat te proberen” en daarna niets meer te kunnen lezen. Thuisherstel werkt het best als je acties omkeerbaar houdt en falende disks niet onder zware workloads zet.

Een praktisch beslisschema: welke route kies je in het eerste uur

Is een map verwijderd en is de NAS verder gezond: zoek eerst naar snapshots. Als je ze hebt, herstel naar een nieuwe locatie en controleer de inhoud. Heb je geen snapshots, stop writes en plan herstel vanaf images — bestandsherstel na verwijdering wordt slechter bij elke write.

Is de array gedegradeerd maar stabiel en lijkt slechts één disk verdacht: verzamel logs, controleer SMART en image eerst de risicodisk (of alle disks als je dat kunt). Pas nadat images bestaan, overweeg je diskvervanging en rebuild/resilver. Als SMART schoon is en logs wijzen op een disconnect (CRC errors, plots wegvallen), onderzoek dan eerst seating/backplane/kabels voordat je een rebuild start.

Is de NAS instabiel, zit je in reboot loops of tonen meerdere disks errors: blijf niet power-cyclen. Prioriteer het maken van images met gecontroleerde retries (of verwijder disks en image ze in een workstation) en reconstrueer vervolgens vanaf kopieën. In dat stadium zijn tools voor RAID-reconstructie en read-only extractie vaak veiliger dan de NAS-interface, omdat jij elke write controleert en altijd terug kunt naar je images.